PNN statement over racisme, uitsluiting en discriminatie aan Nederlandse universiteiten

PNN heeft in afstemming met haar leden een statement opgesteld betreffende racisme, uitsluiting en discriminatie aan Nederlandse universiteiten.

Klik hier voor het gehele statement.

“Het PNN wil promovendi die binnen hun instelling racisme, uitsluiting of discriminatie op grond van huidskleur, etniciteit of andere gronden hebben ervaren of waargenomen, aansporen om contact op te nemen met hun vertrouwenspersonen, hun lokale promovendiraad en/of PNN. Ook verwelkomt PNN ideeën over het ondersteunen en stimuleren van diversiteit en gelijkheid onder promovendi in Nederland.”

 

Ongelijke impact van COVID-19 crisis

Nu Nederland na de COVID-19 crisis langzaam weer op gang komt, wordt de invloed ervan op de academische wereld steeds duidelijker. De bekende gevolgen zijn onder andere studievertragingen, universiteiten die moeite hebben met het ontwerpen en organiseren van online onderwijs en uitdagingen bij het uitvoeren van onderzoek (met name projecten die in laboratoria of in het buitenland worden uitgevoerd). Bovendien zijn er aanwijzingen dat de crisis de bestaande ongelijkheden – tussen gevestigde en beginnende academici en tussen mannelijke en vrouwelijke onderzoekers – heeft verdiept. Zo constateerde de redactie van academische tijdschriften al in april een daling van het aantal manuscripten dat door vrouwelijke wetenschappers werd ingediend. Hoewel het misschien nog te vroeg is om dat te zeggen, kan de daling van de productie van vrouwelijke wetenschappers te wijten zijn aan het voortbestaan van de traditionele genderrollen in het huishouden, waarbij het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor de kinderopvang op de schouders van de vrouwen blijft terechtkomen. Ondanks de grote hoeveelheid financieringsaanvragen in verband met COVID-19, vereisen dergelijke aanwijzingen voor het verdiepen van de ongelijkheid een zorgvuldige reflectie op het gebruik van motto’s als ‘crisis als een kans gebruiken’.

Bronnen:

Handreiking omgaan met vertraging als gevolg Covid-19

PNN heeft, samen met partijen als de VSNU, PostdocNL, De Jonge Akademie en vakbonden, meegeschreven aan een handreiking voor het omgaan met vertraging ten gevolge van COVID-19 van onderzoek van promovendi, postdocs en tenure trackers. Deze handreiking biedt een overzicht van mogelijke oorzaken van vertraging, zowel gerelateerd aan het onderzoek als aan de persoonlijke situatie, en geeft oplossingsrichtingen om met deze vertraging om te gaan. Ook worden er verschillende voorbeeldscenario’s gegeven, maar daarin ook indicaties van de verwachte vertraging.

Deze handreiking is verspreid onder de universiteiten, die deze handreiking kunnen gebruiken om hun maatwerk voor compensatie voor deze groepen vorm te geven. Ook promovendi, postdocs en tenure-trackers kunnen dit document gebruiken als voorbereiding voor wanneer zij het gesprek over compensatie met hun werkgever aangaan. De vragenlijst aan het eind van deze handreiking is specifiek met dat doel voor ogen opgesteld.

We hopen dat dit document promovendi kan helpen om weer enige grip op hun promotietraject te krijgen. Wel zijn er helaas nog juridische en financiële beperkingen die de juiste compensatie in de weg kunnen staan. Samen met de andere betrokken partijen blijft PNN zich inzetten om deze beperkingen zover mogelijk weg te nemen.

NB: Dit document is een handreiking, en geen harde richtlijn voor universiteiten. De regelingen die individuele universiteiten treffen kunnen afwijken van de aanbevelingen in deze handreiking. Indien je universiteit of instelling ernstig afwijkt van de aanbevelingen in de handreiking, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden niet mee te nemen als grond voor vertraging, neem dan contact op met je lokale promovendivertegenwoordiging of met PNN.

Minister reageert op Monitor Arbeidsvoorwaarden van PNN

Naar aanleiding van vragen van Kamerlid Wiersma (VVD) heeft Minister van Engelshoven (OCW) gereageerd op de Monitor Arbeidsvoorwaarden die PNN op 10 juni gepubliceerd heeft. Uit de Monitor blijkt onder meer dat het aandeel dubieuze contracten voor promovendi (een contractduur < 4 jaar en/of een aanstelling <1.0 fte) niet is afgenomen. Ook werden grote verschillen tussen universiteiten zichtbaar.

In haar voorlopige reactie geeft de minister aan de inspanningen van PNN om jaarlijks deze monitor te publiceren te waarderen, en zegt zij te streven naar toereikende en heldere arbeidsvoorwaarden voor promovendi (en ook het andere wetenschappelijk personeel). Ook ziet de Minister dat er sprake is van een groeiende druk op het wetenschappelijke systeem, waarvan de promovendus slachtoffer kan worden. Ze heeft de VSNU, NWO en KNAW om een algemene reactie op de Monitor gevraagd. Op basis hiervan volgt na de zomer een uitgebreidere reactie.

Dit jaar was voor het eerst dat de Monitor, naast algemene ontwikkelingen, een uitsplitsing per universiteit liet zien. Een aantal universiteiten heeft naar aanleiding van de berichtgeving hierover reeds contact gezocht met PNN over welke van hun vacatures als dubieus waren gekenmerkt, om zelf actie te kunnen ondernemen. Hieruit kwamen enige verklaringen naar voren voor sommige als dubieus geclassificeerde contracten, zoals PDEng-contracten en contracten gefinancierd met een driejarige Marie Skłodowska-Curie-beurs.

Er is zeker discussie mogelijk over de betekenis van deze verklaringen voor wat er onder ‘dubieus’ wordt verstaan, maar het is een goed teken dat de Monitor dit gesprek op gang heeft kunnen brengen en universiteiten ertoe beweegt om de arbeidsvoorwaarden die zij hun promovendi aanbieden actief onder de loep te nemen. De Monitor biedt immers alleen zicht op vacatures die via AcademicTransfer zijn gepubliceerd. Het vermoeden is dat hierdoor alleen het topje van de ijsberg aan dubieuze contracten zichtbaar wordt. PNN zet de dialoog over de arbeidsvoorwaarden van promovendi graag voort, om zodoende het gesprek voorbij de aantallen en percentages uit de Monitor te brengen.

Seksuele intimidatie in de Academie

Na de #MeToo-beweging die eind 2017 begon, is de Nederlandse wetenschap opnieuw geschokt door de slechte reactie van een universiteit op seksuele intimidatie. Studenten van de masteropleiding Conservatie en Restauratie van de Universiteit van Amsterdam hadden jaren lang te maken met intimidatie door een docent, maar er werden geen concrete acties ondernomen tegen de docent. Hij is verwijderd van sommige, maar niet alle onderwijstaken. Op 19 juni protesteerden 200 studenten tegen seksuele intimidatie en de slechte reactie van de Universiteit van Amsterdam.

Slachtoffers van seksuele intimidatie kunnen verstrekkende gevolgen ondervinden, waaronder depressie, burn-out, studievertraging of -uitval, of het verlaten van de wetenschap. Als je ervaringen hebt met seksuele intimidatie of andere vormen van ongewenst grensoverschrijdend gedrag, kun je contact opnemen met de vertrouwenspersonen van je universiteit.

Bronnen: