Promotiestudenten

Nederland staat internationaal bekend als een land met een goed onderzoeksklimaat; er wordt veel en van goede kwaliteit gepubliceerd. Promovendi spelen hierbij een belangrijke rol. Zij vormen ruim eenderde van het wetenschappelijk personeel en zijn in Nederland vaak aangesteld als werknemer.

Al langere tijd gaan er echter stemmen op om dit systeem te veranderen. De VSNU en het Ministerie van OCW zien promovendi eerder als studenten dan als werknemers. Zij willen de aanstellingsvorm dan ook aanpassen en promovendi aanstellen als zogenaamde “promotiestudenten”. Indien promovendi aangesteld zijn als student ontvangen zij echter geen salaris, maar een beurs. Zij bouwen dan geen pensioen op, hebben onder andere geen recht op ziekte- of zwangerschapsverlof en geen recht op een eigen werkplek. Kortom: de situatie van promovendi zal dan verslechteren, waardoor promoveren minder aantrekkelijk wordt.

“Promotiestudenten” verder lezen

Tips voor arts-promovendi

  • Er zijn behoorlijke verschillen tussen de CAO Universitaire Medische Centra (waar promoverende artsen vaak onder vallen, en de CAO Nederlandse Universiteiten (CAO NU, (2)), waar promovendi in andere disciplines onder vallen. Wees je goed bewust van de volgende verschillen:
    • De CAO UMC biedt minder bescherming ten aanzien van de kwaliteit van je promotietraject. Zo bevat de CAO NU een artikel (artikel 6.8) over inhoud en tijd van het opstellen van een opleidings- en begeleidingsplan (OBP) en heeft de CAO UMC dat niet. Het is dus van belang om zelf initiatief te tonen en goed met je promotor en directe begeleider af te spreken wat jij verwacht en wat er van je verwacht wordt. Dit komt de kwaliteit van het promotietraject ten goede. Een format van een OBP is vaak te vinden op de website van je universiteit.
    • Een arts die promoveert onder de CAO UMC moet minimaal in schaal 10-2 worden ingeschaald. Dit is duidelijk beschreven in artikel 13.2 en (nadrukkelijk) artikel 17.3.4 van de CAO UMC. Dit betekent dat de OIO-schaal nadrukkelijk niet bedoeld is voor artsen, zoals ook de Landelijke Vereniging voor Artsen in Dienstverband onlangs schreef. Afhankelijk van de exacte afspraken kan het verschil in salaris tussen iemand die is gestart in de OIO-schaal en in schaal 10-2 oplopen tot netto 10.567 euro over 4 jaar. Volgens de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst, artikel 12 en artikel 15, moeten zowel werkgever als werknemer zich aan de CAO houden omdat de gemaakte afspraken anders nietig zijn en er zelfs vergoedingen kunnen worden gevorderd.
    • Je kunt de kosten van je BIG-registratie declareren bij je werkgever (artikel 5.8 CAO UMC).
    • Zie voor verdere CAO-gerelateerde tips onder “CAO”.
  • Een promotietraject vergt veel tijd en energie; de kwaliteit van een traject – en daarmee wat je er uiteindelijk aan hebt als de thesis af is – zijn voor een groot deel afhankelijk van eigen inzet. Het is daarom aan te raden alleen te beginnen aan een promotietraject als je inhoudelijk geïnteresseerd bent en echt onderzoek wil doen. Sommigen overwegen te promoveren met als voornaamste argument om de kans op toelating tot een vervolgopleiding (bv. tot medisch specialist) te vergroten. In die situatie is het aan te raden om je eerst goed te verdiepen in het werk dat je gaat doen, om teleurstelling en uitval (en een mogelijk “gat op je CV”) te voorkomen. Informeer bovendien bij de opleider van de beoogde medische vervolgopleiding of een promotie inderdaad bijdraagt aan je kansen: niet elke opleider is daar voorstander van.
  • Wacht niet per se met solliciteren voor een medische vervolgopleiding tot het laatste jaar van je promotie. Het is steeds gebruikelijker om al vroeg in, of zelfs voorafgaand aan, een promotietraject zekerheid te krijgen over een opleidingsplek, bijvoorbeeld over 4 jaar. Verdiep je daarom al vroeg in de mogelijkheden om te solliciteren (verschillende centra) en hoe vaak dat kan per opleiding.
  • Zoals beschreven in de Wet op Hoger Onderwijs, artikel 7.18, bepalen de promotor en de promotiecommissie of de kwaliteit van een proefschrift voldoende is om de graad van Doctor toe te kennen. Gebruikelijk is dat een thesis in de biomedische wetenschappen minimaal het equivalent bevat van 3 papers die gepubliceerd zijn in internationaal geaccepteerde wetenschappelijke tijdschriften. De onafhankelijke bijdrage van de promovendus dient gedemonstreerd te zijn, bijvoorbeeld door te publiceren als eerste auteur. Deze eisen zijn ook beschreven in de zogenaamde Zagreb Declaration (artikel 3), een richtlijn ter uniformering van biomedische promoties op Europees niveau.
  • In de praktijk doen artsen die promoveren op klinisch onderzoek korter (bv. 2 jaar) over hun promotie dan zij die promoveren op meer fundamenteel (of translationeel) onderzoek (bijvoorbeeld 4 jaar). Gegevens over de gevolgen van de duur voor de kwaliteit van een traject zijn helaas niet voor handen. Maak daarom een goede afweging tussen hoe lang je bezig wilt zijn met je promotie en je plannen voor een vervolgcarrière in de academische wereld.

Professional PhD Program

Het Professional PhD Program (PPP) is een initiatief van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) om de doorstroom van promovendi in Nederland naar een baan buiten de wetenschap te verbeteren. Hoewel in het huidige promotietraject de focus ligt op doorstroom naar een wetenschappelijke carrière, werkt ongeveer 70% van de gepromoveerden buiten de wetenschap, bijvoorbeeld in de publieke sector of in het bedrijfsleven. Door deel te nemen aan het PPP krijgen promovendi de kans om bij een organisatie buiten de universiteit een aantal maanden aan te slag te gaan met een door de organisatie aangedragen project uit de dagelijkse praktijk. Het PPP is oorspronkelijk opgestart met een subsidie van het Sociaal Fonds voor de KennisSector (SoFoKleS).

De duur van deelname aan het PPP bedraagt meestal tussen de 3 en 6 maanden. Het project kan parttime (vanaf 0,2 fte) of fulltime (tot 1,0 fte met onbetaald verlof) worden uitgevoerd. De tijdelijke werkgever betaalt enkel het salariscomponent van de kosten van de promovendus (dus geen WW-verantwoordelijkheid) conform de CAO NU/UMC/OI. PNN heeft hierbij geen inspraak, maar faciliteert enkel de sollicitaties en contacten, en is op geen enkele wijze aansprakelijk. De partijen leggen een projectplan vast met voldoende inhoudelijke diepgang en zorg voor haalbaarheid. Na het afronden van de opdracht keert de promovendus weer terug naar de universiteit om het proefschrift af te ronden.

PNN wil met het PPP laten zien hoe waardevol promovendi buiten de academische wereld kunnen zijn en de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven versterken. Organisaties leren tijdens het PPP wat de toegevoegde waarde van een promovendus is voor hun organisatie. Zij kunnen tegen relatief geringe kosten gebruik maken van toptalenten die bekend staan om hun analytisch denkvermogen, specialistische kennis, en bereidheid om hard te werken. Promovendi leren tijdens het PPP bewust gebruik te maken van de transferable skills die tijdens het promotietraject zijn opgedaan, zoals goed projectmanagement en vakkundig presenteren, en krijgen de gelegenheid om zich in te zetten voor een actuele kwestie. Zij komen in contact met diverse organisaties buiten de wetenschap en krijgen een duidelijk beeld van carrièremogelijkheden na de promotie.

Voor meer informatie over het PPP zie deze infosheet of lees dit artikel in het NRC Handelsblad of mail ons via info@hetpnn.nl!

Promotiestudent geschrapt uit wijziging Wet op het hoger onderwijs!

22 januari 2013

Het PNN vindt het een goed besluit dat minister Bussemaker het advies van de Raad van State ter harte neemt om niet over te gaan tot invoering van de mogelijkheid om promotiestudenten aan te stellen. De promotiestudenten zouden geen werknemers zijn, maar studenten.

De werknemersstatus die promovendi in Nederland hebben past bij de belangrijke rol die Nederlandse promovendi spelen bij het uitvoeren van de kerntaken van de universiteit. Het gaat daarbij zowel om het verrichten van wetenschappelijk onderzoek als het verzorgen van onderwijs. De Nederlandse aanstellingsvorm wordt op Europees niveau aanbevolen in het European Charter for Researchers van de Europese Commissie en door Eurodoc, de Europese belangenvereniging voor jonge onderzoekers.

Het PNN deelt de zorg van de Raad van State dat een studentenstatus voor promovendi nadelige gevolgen kan hebben voor het niveau van het wetenschappelijk onderzoek en de loopbaanperspectieven van promovendi. Een positie als student is minder aantrekkelijk, waardoor getalenteerde kandidaten ervoor kunnen kiezen om niet of in het buitenland te gaan promoveren. Bovendien mogen promotiestudenten geen onderwijs geven, waardoor ze geen waardevolle onderwijservaring opdoen.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zijn de afgelopen jaren al promovendi aangesteld als promotiestudent. De eersten van hen zijn inmiddels gepromoveerd. Het kabinet wil nu een wettelijke grondslag bieden om te experimenteren met promotieonderwijs. De Groningse promotiestudenten en het PNN zouden naar aanleiding daarvan graag een keer in gesprek gaan met de minister om te praten over de eerdere ervaringen.

Geen onderbouwing ‘bursalenplan’

11 mei 2011

Staatssecretaris Zijlstra gaat ervan uit dat universiteiten circa € 10 miljoen minder kosten per jaar hebben wanneer zij bursaalpromovendi aannemen in plaats van werknemer-promovendi. Hoe hij op dit bedrag komt, is echter niet duidelijk, maar “een betere onderbouwing dan dit is er op dit moment niet”, aldus de staatssecretaris in antwoord op kamervragen. Het Promovendi Netwerk Nederland vindt dat een wankele basis voor invoering van een bursalenstelsel.

Met de komst van een bursalenstelsel kunnen universiteiten promovendi aanstellen als ‘bursaalstudent’ in plaats van als werknemer. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) is kritisch over deze aanstellingsvorm: promovendi hebben geen recht op verlof of pensioensopbouw en krijgen slechts een beurs om van te leven. (Meer over de negatieve gevolgen van de invoering van bursalen in de bijlage).

De reden om de mogelijkheden voor het aanstellen van bursaalpromovendi te verruimen, is dat universiteiten dan geen fiscale afdrachten hoeven te betalen. Volgens Zijlstra kunnen universiteiten van die 10 miljoen elk jaar 350 tot 400 extra promotieplaatsen creëren. Zijlstra laat echter niet weten hoeveel werknemer-promovendi-plaatsen dit gaat kosten, of hoeveel bursaalpromovendi er in hun plaats worden aangesteld.

Op initiatief van het PNN stelde Tweede Kamerlid Jadnanansing kamervragen over de ‘opbrengst’ van het bursalenstelsel. Het PNN wilde weten op welke berekeningen en onderbouwingen Zijlstra zijn plannen voor het introduceren van het bursalenstelsel baseert.

Alhoewel Zijlstra eerder aangaf dat het bursalenstelsel geen doel op zich is, maar slechts een uitbreiding van de keuzevrijheid voor universiteiten, valt uit zijn antwoord op de kamervragen op te maken dat hij van universiteiten als ‘tegenprestatie’ verwacht dat zij voor extra promotieplaatsen zorgen:”Ik zal de ontwikkeling monitoren”. Het PNN vraagt zich af hoe deze monitoring plaatsvindt, en ook welke consequenties worden gekoppeld aan de uitkomst van deze monitoring.
De vraag is namelijk of universiteiten, in tijden van bezuinigingen, wel geld hebben om extra promovendi aan te nemen. Bovendien betekent een toename van het aantal promovendiplaatsen met 400 extra posities per jaar, dat er een evenredige toename aan promovendi-begeleiding moet komen. Alle promovendi hebben begeleiding nodig van een ervaren wetenschapper en dat kost geld. Over extra (financiële) ondersteuning aan universiteiten voor deze begeleiding, spreekt Zijlstra niet. Met de aankomende bezuinigingen in het Hoger Onderwijs, vreest het PNN voor de kwaliteit van de begeleiding van promovendi.

Bursalen: dramatische maatregel

8 februari 2011

Het kabinet wil een wetswijziging doorvoeren waardoor promovendi niet meer worden aangesteld als volwaardig werknemer, maar als student. Dit staat in de reactie op het rapport van de commissie Veerman. Het doel van het bursalensysteem is in de eerste plaats een kostenbesparing voor universiteiten. Bovendien wordt verwacht dat de maatregel zorgt voor meer wetenschappelijke ‘output’ en een kwaliteitsimpuls. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) denkt echter dat het kabinet met deze maatregel de plank mis slaat. 
Meer dan een principekwestie
Een eerste bezwaar tegen het degraderen van promovendi tot bursalen is het feit dat promovendi in Nederland op dit moment hoofdzakelijk dezelfde werkzaamheden uitvoeren als ‘normaal’ universitair personeel. Ze doen onderzoek en publiceren in verhouding de meeste wetenschappelijke artikelen. Daarnaast geven zij les aan bachelor- en masterstudenten of begeleiden stagiairs. Het enige argument om promovendi een studentenstatus te geven, zou zijn dat promovendi per jaar gemiddeld drie weken onderwijs volgen, en dat zij incidenteel begeleiding krijgen bij het schrijven van hun proefschrift. Maar dat is vergezocht.
Slecht voor promovendi
Een tweede bezwaar ligt in de grote gevolgen die de invoering van het stelsel heeft op de inkomsten en arbeidsvoorwaarden van promovendi. Een bursaalpromovendus krijgt een vergoeding vanuit een beurs, en is daarmee geen werknemer van de universiteit en heeft geen arbeidsvoorwaarden. Bij eerdere experimenten met bursaalpromovendi (onder meer aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen), werd duidelijk dat bursaalpromovendi meerdere nadelen ondervinden van hun status. Doordat zij noch werknemer noch student zijn, vallen bursalen tussen wal en schip. Zo zijn zij niet verzekerd bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, en hebben zij niet automatisch recht op (financiele compensatie bij) zwangerschapsverlof. Ook krijgen zij geen reiskostenvergoeding, bouwen zij geen pensioen op, en krijgen ze nul op het rekest als ze een huis willen kopen of betaalbaar willen (sociaal) huren. Hierdoor wordt het minder aantrekkelijk om in Nederland te promoveren.Slecht voor de wetenschap
Ook inhoudelijk vallen veranderingen te verwachten die het promoveren er niet aantrekkelijker op maken. Dat het bursalenstelsel ervoor zorgt dat voor hetzelfde geld meer promovendi aangetrokken kunnen worden, is één ding, maar dat die promovendi ook daadwerkelijk kwaliteit leveren is een tweede. Door bezuinigingen is de begeleiding van promovendi de laatste jaren al onder druk komen staan. Professoren moeten meer promovendi begeleiden, en hebben daar minder tijd voor. Dat komt de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek niet ten goede, en kan zelfs betekenen dat promovendi meer tijd nodig hebben om hun proefschrift af te ronden, of voortijdig stoppen.Slecht voor het Hoger Onderwijs
Bursaalpromovendi mogen in Nederland geen onderwijs geven, omdat dit aantoont dat er een arbeidsrelatie tussen de universiteit en de promovendus is. Maar ook studenten die een bachelor- of masterstudie volgen voelen de gevolgen; door het wegvallen van promovendi krijgen zij minder college en minder begeleiding in werkgroepen. Universiteiten moeten dit oplossen door andere, duurdere, krachten in dienst nemen om hen te vervangen, maar dat valt niet te verwachten binnen de huidige bezuinigingen op het Hoger Onderwijs. Bovendien lopen bursalen onderwijservaring mis, die onmisbaar is als zij na hun promotie als universitair docent of onderzoeker aan de slag willen.Slecht voor de kenniseconomie
Nederland heeft de ambitie om tot de wetenschappelijke top vijf van de wereld te horen en heeft daarom behoefte aan jonge talentvolle onderzoekers die na hun promotie een bijdrage blijven leveren aan onderzoek en innovatie in ons land. Voor Nederlandse studenten zal promoveren op een beurs minder aantrekkelijk worden. De kans dat excellente studenten naar het buitenland vertrekken om te gaan promoveren, wordt daardoor naar verwachting groter. Voor buitenlandse promovendi – die in veel gevallen gewend zijn aan een bursalenstelsel – wordt het met de maatregel wellicht gemakkelijker om in Nederland een promotieplaats te vinden. De vraag is echter wat zij bijdragen aan de Nederlandse kenniseconomie. Een deel van hen keert na de promotie namelijk weer terug naar het land van herkomst, of naar landen waar de carrièreperspectieven beter zijn dan in Nederland. Dit betekent dat vier jaar lang geïnvesteerd wordt in promovendi, waarna zij alsnog vertrekken naar concurrerende landen.Het bursalensysteem verlaagt de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse wetenschap met als gevolg een ‘brain drain’ (verlies van mensen met kennis). De bedoeling van het kabinet is juist om de Nederlandse wetenschap een kwaliteitsimpuls te geven. Hiervoor zijn aantrekkelijke en kwalitatief hoogwaardige promotieplaatsen nodig.

Proefschriftprijzen

We proberen een zo volledig mogelijk overzicht te krijgen van de prijzen die je kunt winnen voor je proefschrift. Dus weet je een prijs die hier niet in de lijst staat, stuur ons dan een bericht!

Abbas Dissertatie Prijs
Anéla/AVT Dissertatieprijs
Backer-KNCVprijs
BIVEC-GIBET PhD Award
Boekman Dissertation Prize
Christiaan Huygens prijs
Dirk Jacob Veegens Prijs
Dondersprijs
Dr. C.J. Roosprijs
Einthoven Dissertatieprijs
E.W. Beth Dissertation Prize
FOM Natuurkunde Proefschrift Prijs
Harry Honée proefschriftprijs
Harry Meinardi proefschriftprijs
Herman Schaalma Award van de European Health and Psychology Society
KNCV Prijs Milieuchemie (-toxicologie en -technologie)
Max van der Stoel Human Rights Award
NVKF&B-Proefschriftenprijs
NVMO-prijs Beste Proefschrift
NKWP Jaarprijs Politicologie
NOBEM dissertation of the year prize
PhD Award of Rehabilitation Medicine
Studieprijs Stichting Praemium Erasmianum
TulipMed Prijs voor Sportgeneeskunde
van Swinderenprijs
Van Woudenberg Dissertatieprijs
VWR Dissertatieprijs
WCF-proefschriftprijs
Willem Nagelprijs

Geschiedenis

In 1986 werd het AIO stelsel ingevoerd, waarmee een duidelijk juridisch en formeel kader voor assistenten en onderzoekers in opleiding (AIO/OIO) werd vastgelegd. Meteen vanaf het begin wilden de AIOs en OIOs betrokken zijn bij de verdere ontwikkeling van dit belangrijke AIO stelsel. Om deze taak zo goed mogelijk te vervullen is in 1987 het Landelijk AIO (en OIO) Overleg (LAIOO) opgericht.

Het LAIOO was samengesteld uit een Dagelijks Bestuur, vertegenwoordigers van Plaatselijke Organisaties, vertegenwoordigers van de Ondernemingsraad Projectmedewerkers  NWO (NWO-ORP), en vertegenwoordigers van het Landelijk Overleg beursPromovendi (LObP). Vanaf het begin is gekozen voor een getrapte belangenbehartiging. Individuele AIOs en OIOs konden lid worden van de organisaties die op lokaal niveau opereerden maar niet van het overkoepelende LAIOO. Van meet af aan werd er gretig gebruik gemaakt van de diensten van het LAIOO door de andere spelers in het universitaire speelveld. Daarnaast waren er ook altijd enthousiaste AIOs en OIOs te vinden die het vuur van de belangenbehartiging aan wilden blijven wakkeren. Het kon en kan namelijk altijd beter.

Met de invoering van de UFO (Universitaire Functie Ordening) in 2003 werd de term AIO en OIO vervangen door de term promovendus. De opvolger van het AIO-stelsel was hierdoor ook gekomen (al was dat formeel pas in 2005 door de CAO NU): het promovendistelsel. Daarnaast was het werkgeverschap van de AIOs en OIOs van het NWO in fases overgegaan naar de universiteiten. Hierbij kwam ook nog eens de overgang van de Medische Faculteiten naar de Universitaire Medische Centra, waardoor promovendi nu ook in dienst konden zijn bij Academische Ziekenhuizen. Om in te spelen op deze ontwikkelingen en ervoor te zorgen dat de naam ook de lading dekte, heeft het LAIOO in 2003 haar naam veranderd in het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). Het PNN is sindsdien onverminderd doorgegaan met haar visie te geven op het Nederlandse promotiestelsel. Verder heeft het PNN samen met op al de verschillende universiteiten werkzame promovendi ervoor gezorgd dat op elke universiteit een actieve promovendivertegenwoordiging aanwezig is. Daarom kan het PNN met trots zeggen dat zij alle promovendi in Nederland vertegenwoordigen.

Afronding

De afronding van het proefschrift en de promotieplechtigheid vergen de nodige voorbereidingen. Begin hier tijdig mee en lees de volgende tips door.

Kosten
Aan de promotie hangt een kostenplaatje, maar het levert vaak ook geld op. Sommige kosten zijn namelijk aftrekbaar bij de belasting. De kosten van je promotie hangen van een aantal zaken af, zoals de hoeveelheid proefschriften die je laat drukken, de dikte van je proefschrift, het aantal mensen dat je uitnodigt voor de receptie, feest of diner.

Hieronder enkele bedragen ter indicatie:

  • Proefschrift: € 2.000 tot € 3.500
  • Kleding: € 150 tot € 450
  • Receptie: € 350 tot € 700
  • Diner/buffet: € 20 tot € 40 per persoon
  • Feest: € 1.200 tot € 4.500

De promotie levert echter ook enkele baten op. Je krijgt van de universiteit een vergoeding voor de proefschriften die zij via de Pedel afnemen. Vaak is er een additionele vergoeding omdat er een aantal proefschriften naar andere universiteiten etc. moeten worden gestuurd, de zogenaamde ‘verplichte lijsten’. Verder kun je proberen om bij fondsen of het bedrijfsleven subsidies te krijgen, bv. in ruil voor het noemen van de bedrijfsnaam en het toesturen van een aantal exemplaren van je proefschrift. Informeer echter even bij je eigen universiteit wat hieromtrent het beleid is, voor sommige universiteiten zijn hier namelijk regels voor op gesteld of is het expliciet niet toegestaan.

Sinds dit jaar zijn de kosten voor promotie aftrekbaar voor de belastingen als scholingskosten. De promotie leidt namelijk tot een verbetering van de financieel-economische positie van de promovendus. Ook de kosten rond de promotieplechtigheid zijn aftrekbaar, zoals de huur van gelegenheidskleding voor jezelf en de paranimfen (Bron: Ministerie van Financiën, 10-2-2004, nr. CPP2003/2833M). De kosten van de receptie zijn vanaf 2013 niet langer aftrekbaar. Voor meer informatie: zie de website van de Belastingdienst of bel met de Belastingtelefoon (0800 0543).

Tijdsplan
Voor je kunt promoveren moet veel geregeld worden. Lees hier welke zaken je voor je promotie geregeld moet hebben.

6 maanden voor promotie

  • Lees het promotiereglement en andere informatie met betrekking tot promoveren van je universiteit
  • Eerste formulier (soort intentieverklaring) m.b.t. de promotie invullen
  • Met je promotor een commissie vaststellen voor het lezen en beoordelen van het proefschrift en voor het opponeren
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest

3-4 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet worden opgestuurd naar de leescommissie
  • Maak een afspraak met de Pedel en stel een datum vast, in overleg met je promotoren, copromotor en eventuele buitenlandse opponenten (soms mag de datum pas worden vastgesteld na goedkeuring van de leescommissie)
  • Na goedkeuring van de leescommissie moet er een formulier worden ingevuld (door de promotor)
  • Informatie opvragen bij verschillende drukkers
  • Bedenk hoe je de promotiedag wilt indelen, en vraag informatie en offertes aan voor diner en/of feest
  • Maak een afspraak met de drukker en bespreek de lay-out en mogelijkheden van je proefschrift
  • Vraag een ISBN-nummer voor je proefschrift aan
  • Vraag subsidies aan voor je proefschrift
  • Rond het proefschrift af, inclusief omslag, titelpagina’s (vaak is goedkeuring van de Pedel vereist), samenvattingen en dankwoord
  • Layouten van het proefschrift
  • Wie worden je paranimfen?
  • Ga kijken bij feestlocaties en maak de definitieve reservering
  • Regel de receptie (zie informatie eigen universiteit)

2-1 maanden voor promotie

  • Het proefschrift moet naar de drukker!
  • Maak een adresbestand voor de verzending van je proefschriften (promotoren, copromotor, opponenten, subsidiegevers, collega’s, contacten buiten universiteit, mensen werkzaam op hetzelfde gebied, vrienden, familie etc.) De pedel neemt vaak een aantal af voor de hoogleraren van je faculteit
  • Verspreiding van de proefschriften
  • Bestel de rokkostuums of koop leuke promotiekleding
  • Regel een fotograaf, video-opname, geluidsopname etc.

De laatste weken

  • Maak de slides voor het lekenpraatje (indien van toepassing)
  • Herbevestig de gemaakte afspraken voor de receptie, diner, feest en fotograaf en overleg over de details
  • Berereid je voor op de promotie, bv door:
  • Nogmaals het promotiereglement door te lezen. Bv. hoe moet je de opponenten aanspreken?
  • Het houden van een proefpromotie met collega’s
  • Recente artikelen en klassiekers na te lezen
  • De commentaren van reviewers op je artikelen en je antwoorden daarop nog eens te lezen
  • Per hoofdstuk de sterke en zwakke punten te noteren
  • Per hoofdstuk een aantal mogelijke vragen te bedenken

 

Tips voor promovendi
Naar aanleiding van een eigen dip tijdens zijn promotieonderzoek, schreef Herman Lelieveldt een boek over zijn promotie-ervaringen, vol tips en waarschuwingen voor nieuwe promovendi.

‘Promoveren, een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper’ is verschenen bij Aksant in Amsterdam (ISBN 90 5260 002 3).

Loopbaanbegeleiding

Uiteindelijk kan niet iedere promovendus aan het einde van zijn promotietraject in de wetenschap terecht. De vanzelfsprekendheid waarmee dit hier staat geschreven is echter geen algemeen goed. Veel promovendi starten een promotietraject met het idee daarmee definitief voor de wetenschap gekozen te hebben. Ook begeleiders zijn zich vaak niet bewust van de carrièreperspectieven van de startende promovendus. Concreet betekent dit dat er bij de werving van promovendi en ook tijdens de promotiefase meer aandacht moet komen voor de periode na de promotie en de mogelijkheden van de promovendus binnen en buiten de wetenschap. Als een promovendus bijvoorbeeld een goede kans wil hebben op het binnenhalen van subsidies na de promotie, kan er bewust voor worden gekozen tijdens het promotietraject buitenlandervaring op te doen.

Naast het vergroten van de kansen op een plek binnen de academie kan een promovendus zich tijdens zijn promotiefase ook voorbereiden op een eventuele carrière buiten de wetenschap. Er zouden bijvoorbeeld al tijdens het promotietraject contacten kunnen worden gelegd met het bedrijfsleven of de overheid door middel van een duaal promotietraject, een stage of een mentor. Een ander belangrijk aspect voor een goede doorstroming van promovendi naar het bedrijfsleven is een brede opleiding voor promovendi. In plaats van louter onderzoeksgericht onderwijs aan te bieden, is het van belang promovendi ook zogenaamde transferable skills mee te geven. Dit zijn vaardigheden die ook buiten de wetenschap van waarde zijn, zoals management- en presentatievaardigheden. Op deze wijze worden jonge promovendi beter voorbereid op een carrière buiten de wetenschap en zijn zij voor het bedrijfsleven aantrekkelijker. Voor concrete hulp bij het nadenken over en vinden van een baan buiten de wetenschap kunnen universiteiten arbeidsmarktbureaus instellen, of de bestaande bureaus voor studenten de taak geven ook promovendi hiermee te helpen.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universiteit
In de CAO NU wordt er aandacht besteed aan rechten en plichten van zowel werkgever als werknemer omtrent loopbaanbegeleiding. Het loopbaanbeleid (Artikel 6.5) geeft aan dat iedere werknemer die voor twee jaar of meer in dienst is, waaronder dus ook promovendi, in de gelegenheid wordt gesteld om loopbaanadvies in te winnen bij een professionele organisatie. Dit wordt betaald door de universiteit. Het moet op een zodanig tijdstip plaatsvinden dat het ook bruikbaar is voor een individueel begeleidingstraject, dat erop gericht is op het vermeerderen van de kansen op de interne of externe arbeidsmarkt. Onder meer middels loopbaanbeleid proberen de universiteiten ontplooiingsmogelijkheden en carrièreperspectieven van promovendi te bevorderen.

Hoewel voor promovendi het Opleidings- en Begeleidingsplan (OBP) een belangrijk scholingselement in zich heeft, kan je je als promovendus ook beroepen op Artikel 6.9 van de CAO dat gaat over scholing. Hierin valt te lezen dat het op peil houden van kennis en ervaring van de werknemer om de kansen op de arbeidsmarkt, zowel binnen als buiten de academische sector, te behouden en zo mogelijk te versterken, een gezamenlijk verantwoordelijkheid is van werkgever en werknemer. De universiteit kan je verplichten bepaalde opleiding of studie te volgen, jij hebt recht op scholing en je kunt de universiteit verplichten daarvoor faciliteiten te verlenen. Scholing van zogenoemde transferable skills vallen hier ook onder. Een stage kan een ander voorbeeld zijn.

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een universitair medisch centrum
Hoofdstuk 3 van de CAO UMC behandelt aspecten van loopbaanontwikkeling en de scholing die daarbij komt kijken en het functioneren van werknemers en hoe dat beoordeeld wordt. Als OIO heb je recht om je zo te ontwikkelen en te scholen dat je in staat bent je functie adequaat uit te oefenen (Artikel 3.1). De kosten en tijd die je hiermee kwijt bent zijn voor rekening van het UMC. Verder heb je ook recht op scholing en opleiding voor het uitoefenen van een andere (toekomstige) functie wanneer dat past in je loopbaanvooruitzicht en je daarover afspraken maakt binnen een jaargesprek. Kosten en tijd zijn in principe voor de helft voor eigen rekening, maar je kunt heel goed afspraken hierover maken dat de werkgever alles betaald. Zorg dat je zulke afspraken maakt en leg ze vast! Artikel 3.1.1 definieert de kosten die betaald worden, waar onder curus-, les-, of schoolgelden, reiskosten, examenkosten, etc. Hoewel je als OIO vaak binnen een landelijke onderzoekschool of lokale graduate school opleidingen krijgt aangeboden en kunt volgen waarbij je geen kosten hoeft te betalen, is het dus ook mogelijk om voor jezelf, je onderzoek, of je vervolgcarrière belangrijke scholing te volgen. Er gelden in de CAO echter wel voorwaarden voor de vergoeding (Artikel 3.1.2).

Verder heeft iedere werknemer van een UMC een persoonlijk budget tot zijn beschikking. Dit was over het jaar 2008 een maandelijkse opbouw van 0,25% van het genoten salaris. In 2009 is dit 0,5% en in 2010 1%. Dit budget wordt in prinicpe aangewend voor uitgaven ten behoeve van ontwikkeling in 2010 (Artikel 3.2.2). Stel dat je in 2008 bent begonnen dan loopt dit persoonlijk budget op tot zo’n 500 euro in 2010. Dit bedrag komt bovenop de eerder geschetste opleidingskosten. Het is dus een extraatje wat je in mag zetten voor je eigen ontwikkeling. Je kunt dit bijvoorbeeld inzetten voor loopbaanadvies. Echter, loopbaanadvies (Artikel 3.5) kun je ook verkrijgen bij een door de WERKGEVER aan te wijzen INTERNE deskundige (?!?). Als wordt besloten een externe deskundige in te schakelen gebeurt dit in overleg met de medewerker. Het PNN adviseert om altijd te kijken of je bij een externe organisatie loopbaanadvies kunt krijgen. Besteed hier aandacht aan in je functioneringsgesprek(ken).

Loopbaanbegeleiding voor promovendi gelieerd aan een onderzoeksinstelling
In de CAO OI is een regeling omtrent de inzet van maximaal 10 vakantiedagen (Artikel 12.6 lid 5) ten behoeve van carrièregerichte maatregelen. Het is vanaf 2007 verplicht om hier in het jaargesprek afspraken over te maken. Gegeven het feit dat er door OIOs vaak niet alle vakantiedagen opgemaakt worden, kunnen afspraken gemaakt worden om 10 vakantiedagen om te zetten in een budget voor jezelf om bijvoorbeeld loopbaanadviestrajecten te volgen. Dit budget is in je eerste jaar zo’n 950 euro tot 1250 euro in het vierde jaar. Hiervoor dien je wel 10 vakantiedagen in te leveren. Overigens betekent dit niet dat het verplichte cursusaanbod hieruit betaald dient te worden, want dit moet door de werkgever betaald blijven worden (Artikel 12.6 lid 5). Informeer over de mogelijheden en regelingen bij je personeelsdienst.

Tot slot
Jouw carrière is JOUW carrière. Hoewel het PNN van mening is dat de werkgever actief moet zijn in het begeleiden van promovendi naar een vervolgbaan, ligt hier ook nadrukkkelijk een taak voor promovendi zelf. Informeer tijdig naar de mogelijkheden die jouw promotor(es), begeleider(s), of collega(e) zien met betrekking tot een vervolgcarrière in de wetenschap. Praat ook over hetgeen je zelf kunt doen om die kans te vergroten en informeer daarbij ook naar de facilteiten die jouw werkgever daarin biedt. De hierboven geschetste instrumenten zijn in ieder geval voorhanden, maar wellicht is er meer. Stel loopbaanadvies ook nadrukkelijk centraal zodra je op de helft van je promotietraject bent. De ervaring leert dat het laatste jaar veel te druk is om loopbaanadvies en -begeleiding te krijgen. Gebruik hiervoor vooral je derde jaar. Orienteer je ook nadrukkelijk op de externe arbeidsmarkt, want 8 van de 10 promovendi komen uiteindelijk buiten het academische onderzoeksveld terecht.