Persbericht: Driekwart promovendi aangemoedigd om aan Open Science te doen

Een grote meerderheid van de promovendi wordt aangemoedigd om aan Open Science te doen (74.1%). Dat blijkt uit het negende en laatste rapport van PNN op basis van de PNN PhD Survey. In deze survey werden 1.601 promovendi ondervraagd over hun promotietraject. De Open Science praktijk die het meest wordt aangemoedigd is het open access publiceren van artikelen (63.3%), op ruime afstand gevolgd door het delen van onderzoeksdata (34.1%).

Niet alle promovendi worden even sterk aangemoedigd om aan Open Science te doen. Met name buitenpromovendi worden weinig aangemoedigd om hieraan  te doen, evenals promovendi in de Rechtswetenschappen. Promovendi in de technische wetenschappen worden het meest aangemoedigd om aan Open Science te doen. “De resultaten zijn veelbelovend. Het rapport laat zien dat ook de jongste generatie wetenschappers zich bezighoudt met Open Science. Aan de andere kant tonen de resultaten een vrij beperkte opvatting van open science. Er is nog veel winst te behalen als ook andere Open Science praktijken dan open access publiceren worden aangemoedigd onder promovendi” aldus PNN-voorzitter Rosanne Anholt.

Het rapport gaat verder in op de criteria waaraan promovendi moeten voldoen om hun titel te kunnen behalen. Zo blijkt dat 29% van de promovendi aan criteria moeten voldoen die niet formeel zijn vastgelegd, en dat 21% niet weet of de criteria waaraan zij moeten voldoen formeel of informeel zijn. De meest voorkomende criteria zijn het behalen van een aantal studiepunten (meestal 30), en het publiceren van een aantal artikelen (gemiddeld 2.9). Of deze criteria formeel of informeel zijn, maakt niet uit voor het benodigde aantal studiepunten of publicaties.

Promovendi werd ook gevraagd naar welke onderwerpen zij graag mee zouden willen laten nemen in de beoordeling van hun promotietraject. Naast onderzoek als criterium, dat door vrijwel alle promovendi werd gekozen, zouden ook het geven van onderwijs, gevolgde cursussen en valorisatie volgens promovendi mogen worden meegewogen in de beoordeling van hun promotietraject. Open Science wordt in mindere mate als belangrijk onderwerp beschouwd: slechts 27% van de promovendi selecteerde deze optie, ná managementtaken (44.1%) en andere aanvullende activiteiten (35.4%) .

Tot slot toont het rapport aan dat 60% van de promovendi geen carrièretraining krijgt. Meer dan de helft van de promovendi die deze trainingen niet krijgen, zou dat wel graag willen. Van de promovendi die wel carrièretraining krijgen, is de meerderheid (51.1%) daar wel tevreden over. Promovendi ambiëren vaak onderzoekscarrières, zowel binnen (61.1%) als buiten de wetenschap (66.6%). In vergelijking met mannen geven vrouwen minder vaak aan een carrière binnen de wetenschap te ambiëren en zien zij een carrière buiten onderzoek vaker als optie.

Dit rapport besluit de publicatiereeks over de resultaten van de PNN PhD survey. Eerdere rapporten behandelden onder andere het welzijn van promovendi, contractkenmerken en begeleiding.