Persbericht: Aantal dubieuze promovendicontracten bij universiteiten nog hoger dan eerder aangenomen

16,7% van de werknemerpromovendi aan de Nederlandse universiteiten heeft een dubieus contract: een contract korter dan (het equivalent van) vier jaar fulltime. Dit is een van de bevindingen uit een rapport van Promovendi Netwerk Nederland (PNN) over de contractkenmerken van promovendi in Nederland. Dit rapport is geschreven op basis van de resultaten van de PNN PhD Survey, die door 1.601 promovendi in Nederland is ingevuld.

Het gevonden aandeel dubieuze contracten ligt nog hoger dan de aantallen die de afgelopen vijf jaar zijn gevonden in de jaarlijkse Monitor Arbeidsvoorwaarden, waarin op basis van aangeboden vacatures het aandeel dubieuze promotiecontracten wordt geanalyseerd. Daar schommelde het aandeel dubieuze contracten tussen de 10 en 15%. Bij de vacatures bestond het vermoeden dat zij geen volledig beeld gaven voor alle promovendi. Veel PhD-posities worden namelijk vervuld zonder dat er een openbare vacature aan voorafgaat. Hierdoor bestond het vermoeden dat het aandeel dubieuze contracten voor promovendi in Nederland nog hoger zou zijn. De PhD Survey lijkt deze vermoedens te bevestigen. PNN-voorzitter Lucille Mattijssen: “Hoewel een daling lijkt te zijn in het aandeel dubieuze contracten tussen 2016 en 2017, heeft die daling zich daarna vrijwel niet doorgezet. Het wordt nu tijd dat universiteiten zich gaan houden aan de standaard die in de cao is gesteld voor promotietrajecten: minimaal vier jaar fulltime, of minstens equivalent daaraan.”

Hoewel 72.6% van de promovendi in de survey een vierjarig project heeft, valt het op dat promotietrajecten korter dan vier jaar relatief vaak voorkomen in Universitair Medische Centra (25.6%) en bij ‘niet-standaard’ promotietrajecten van extern gefinancierde promovendi en promoverende medewerkers. Ook de aanstellingsomvang kon verschillen: werkweken van 40 uur komen het meest voor op universiteiten, terwijl werkweken van 36-37 uur het meest voorkomen op UMC’s. Beurspromovendi en externe promovendi hebben meestal geen formeel aantal uren per week dat ze aan hun project moeten werken.

Niet alleen wat betreft arbeidsvoorwaarden is niet alles even goed geregeld voor promovendi. Zo is 7% van de promovendi in de PhD Survey niet geregistreerd in een Graduate School, en weet nog eens 8,2% niet of ze bij een Graduate School geregistreerd zijn. Buitenpromovendi en promovendi werkend onder niet-standaard constructies zijn het minst vaak geregistreerd. Doordat deze promovendi niet zijn ingeschreven in een Graduate School, missen zij vaak ook kwaliteitswaarborgen, zoals een opleidings- en begeleidingsplan. Buitenpromovendi mogen ook relatief vaak geen vakken volgen en kunnen relatief vaak geen financiering krijgen om naar congressen te gaan.

Het rapport vormt onderdeel van een serie rapporten op basis van de PNN PhD Survey. Eerder publiceerde PNN een rapport over het welzijn van promovendi. Binnenkort volgen er nog rapporten over onder andere begeleiding, ‘niet-standaard’ promotietrajecten en het geven van onderwijs.