Persbericht: Bijna helft promovendi heeft vergroot risico op mentale klachten, 40% overweegt te stoppen

47% van de promovendi in Nederland heeft een vergroot risico op mentale klachten. Dat blijkt uit de PhD Survey van Promovendi Netwerk Nederland (PNN), waaraan 1.601 promovendi in Nederland hebben meegedaan. Met name internationale promovendi lopen een vergroot risico op mentale problemen: maar liefst 55.6% van hen heeft een vergrote kans op mentale problemen.

Net als in de rest van de wetenschap, is werkdruk ook een groot probleem voor promovendi: bijna 60% van de promovendi geeft aan een hoge of te hoge werkdruk te ervaren, met name door de grote hoeveelheid werk, perfectionisme en publicatiedruk. Daarnaast werkt maar liefst 62,5% van de promovendi meer uren dan in hun contract is afgesproken: gemiddeld zo’n 4,4 uur meer. 38,8% van de promovendi vertoont ook ernstige symptomen van burn-out: met name promovendi die een hoge werkdruk ervaren, vertonen vaker burn-out symptomen. Ruim een kwart van de promovendi geeft aan te verwachten dat ze hun project niet binnen de afgesproken tijd kunnen afronden, met name wanneer ze contracten hebben die korter zijn dan 4 jaar.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat 41,6% van de promovendi wel eens heeft overwogen om te stoppen met hun promotietraject, 6% doet dat zelfs zeer regelmatig. Voor 24% van de promovendi zijn twijfels over de wetenschap een reden om te overwegen te stoppen, bij 12,8% spelen mentale gezondheidsproblemen een rol. Andere belangrijke redenen zijn twijfels over het eigen vermogen om het promotietraject af te ronden en problemen met begeleiders.

Hoewel PNN-voorzitter Lucille Mattijssen niet verrast is door de resultaten, vindt ze de resultaten nog steeds alarmerend. “Dit is niet het eerste onderzoek dat aantoont dat veel promovendi te maken hebben met mentale gezondheidsklachten en een hoge werkdruk, maar wel het eerste dat dit op nationaal niveau laat zien. Het is ontnuchterend om te zien dat vooral de werkdruk overal even hoog is, ongeacht type instelling, type promotietraject of vakgebied. Het is nu aan universiteiten, UMC’s en onderzoeksinstellingen om hun werkomgeving gezonder te maken, anders lopen ze het risico dat veel promovendi de wetenschap definitief de rug zullen toekeren.”

Naar aanleiding van het onderzoek beveelt PNN aan om promotietrajecten niet korter te laten duren dan vier jaar. “Dat is al de standaard voor universiteiten, maar daar wordt nog te vaak van afgeweken,” aldus Mattijssen. Ook pleit PNN voor betere training van promovendibegeleiders: zo kunnen begeleiders niet alleen voorkomen dat zij zelf een hogere werkdruk veroorzaken bij hun promovendi, maar kunnen zij ook ingrijpen als het promovendi door andere oorzaken te veel wordt. Aangezien supervisors echter vaak ook zelf een hoge werkdruk ervaren, zoals deze week ook bleek uit onderzoek van het Rathenau Instituut, is het belangrijk dat de werkdruk over de hele linie van de wetenschap wordt verminderd. Tot slot beveelt PNN aan om het nieuwe Erkennen en Waarderen van wetenschappers ook concreet toe te passen op promovendi en de harde publicatiecriteria los te laten. “Het aantal publicaties is geen perfecte voorspeller van de kwaliteit van onderzoekers, dus ook niet voor promovendi.”

Binnenkort verschijnen er meer rapporten op basis van de PNN PhD survey, onder meer over contractkenmerken, begeleiding, onderwijs geven, en niet-standaard promotietrajecten.