Kanttekeningen bij critical review OCW experiment promotieonderwijs

Vandaag publiceerde het ministerie van OCW de critical review naar de tussenevaluatie van het Experiment Promotieonderwijs. Tot onze spijt lijkt deze review ons verre van critical en hebben we serieuze kanttekeningen bij de conclusies en onderzoeksvragen van dit onderzoek.

Allereerst vinden we het erg vreemd dat de onderzoekers de tussenevaluatie een stempel van goedkeuring kunnen geven, terwijl ze tegelijkertijd concluderen dat a. niet uitgesloten kan worden dat er een financieel motief is voor deelname aan het experiment (wat het Besluit Experiment Promotieonderwijs niet toestaat), b. de definitie van verdringing dusdanig was dat de conclusie bij voorbaat vastlag, en dus niet goed onderzocht kon worden en c. de tussenevaluatie onterecht concludeert dat beurspromovendi meer vrijheid ervaren dan werknemerpromovendi. Dit zijn verkeerde conclusies van de tussenevaluatie die de hele tussenevaluatie hebben gekleurd, ten gunste van de RUG en ten nadele van de beurspromovendi.

Ten tweede betreuren wij ten zeerste dat de onderzoekers geen aandacht hebben besteed aan de totstandkoming van de tussenevaluatie. Juist in die totstandkoming hebben zich dusdanige problemen voorgedaan die de resultaten van de tussenevaluatie kunnen hebben beïnvloed. PNN heeft de onderzoekers aangeboden om zijn bezwaren toe te lichten, en de hoop uitgesproken dat de onderzoekers ook oog zouden hebben voor de problemen in de totstandkoming van de tussenevaluatie, maar die hoop is tevergeefs gebleken: de onderzoekers hebben zich puur en alleen gericht op de tekst van de tussenevaluatie en de verklaringen van de onderzoekers van de tussenevaluatie.

Over de, in de ogen van PNN problematische totstandkoming wordt in de tekst van tussenevaluatie met geen woord gerept. Er wordt niet beschreven dat de personen die door de onderzoekers zijn geïnterviewd zijn uitgekozen door een van de grootste belanghebbenden bij en voorstanders van het experiment: de decaan van de Graduate Schools. Er wordt ook niet beschreven dat deze decaan de door hem uitgekozenen heeft aangespoord om positief te zijn over het experiment. Deze problemen zijn door PNN herhaaldelijk aangekaart, ook in de media, en waren dus algemeen bekend. Het waren ook deze problemen die de aanleiding zijn geweest tot dit onderzoek naar de kwaliteit van de tussenevaluatie. Het is daarom dus uitermate vreemd dat juist deze problemen geen onderdeel zijn geweest van dit onderzoek.

PNN vraagt zich daarom af hoe dit eigenlijk heeft kunnen gebeuren. Het lijkt moeilijk te geloven dat, ondanks alle keren dat PNN over deze problemen aan de bel heeft getrokken en de media hierover hebben geschreven, deze problemen door de onderzoekers over het hoofd gezien zijn. Het heeft er meer van weg dat er een bewuste keuze gemaakt is om deze problemen geen onderdeel te laten zijn van het onderzoek of de onderzoeksopdracht.

Maar zelfs als de inmenging vanuit Groningen buiten beschouwing wordt gelaten, is het vreemd dat de onderzoekers tot hun positieve eindconclusie komen. Er is namelijk ook wetenschappelijk onderzoek dat precies het tegenovergestelde concludeert over dezelfde tussenevaluatie. Prof. Rob van Gestel, hoogleraar Rechten aan Tilburg University, komt in zijn artikel namelijk tot de conclusie dat de tussenevaluatie niet aan de maat is en onvoldoende aansluit bij de doelstellingen van het experiment, en dat de onderzoekers van de tussenevaluatie daar weinig kritisch over zijn. Ook betrekken de onderzoekers volgens hem vaak normatieve stellingnames in de tussenevaluatie, terwijl die niet worden onderbouwd of onjuist zijn. Hoe kan het dat hem dit wel opvalt, maar dat de onderzoekers die het onderzoek in opdracht van het ministerie van OCW uitvoerden dit over het hoofd zien?

Wat het ministerie niet lijkt te beseffen, is dat de beurspromovendi hier de dupe van zijn. Zij hebben in hun manifest duidelijk laten blijken dat er grote problemen zijn met het experiment: een signaal dat luid en duidelijk ingaat tegen het rooskleurige beeld dat de tussenevaluatie schetst. Door nu weer niet goed te kijken naar de kwaliteit van die tussenevaluatie, laat het ministerie de beurspromovendi volledig in de kou staan, en veroordeelt zij een nieuw cohort promovendi tot dezelfde problemen.